Keer
terug...
Vir quidam ab uno iudaeo quandam summam
pecuniae mutuo accepit iurans super altare sancti Nicolai, cum alium
fideiussorem habere nequiret, quod, quam citius posset, sibi redderet.
Tenente autem illo diu pecuniam iudaeus eam expostulavit, sed eam sibi
reddidisse affirmat. Trahit ergo eum ad iudicium, et iuramentum indicitur
debitori. Ille baculum cavatum, quem auro minuto impleverat, secum detulerat,
ac si eius adminiculo indigeret. Volens igitur facere iuramentum iudaeo
baculum tradidit reservandum. Iuravit ille, quod plus igitur reddiderit
etiam, quam deberet. Facto iuramento baculum suum repetiit, et iudaeus
ignarus astutiae eum sibi reddidit.
Rediens autem, qui fraudem fecerat,
in quodam bivio oppressus corruit somno currusque cum impetu veniens
eum necavit et plenum baculum auro fregit et aurum effudit.
Audiens hoc iudaeus concitus illico
venit cumque dolum vidisset et a multis ei suggereretur, ut aurum reciperet,
omnino renuit, nisi, qui defunctus fuerat, ad vitam beati Nicolai meritis
redderetur, asserens se, si hoc fieret, baptismum suscepturum et christianum
futurum. Continuo qui defunctus fuerat, suscitatur, et iudaeus in Christi
nomine baptizatur.
Een man leende van een jood wat geld.
Hij zwoer bij het altaar van de heilige Nicolaas dat hij het hem zo
snel mogelijk terug zou geven. Hij kon namelijk niemand anders vinden
die voor hem garant wilde staan. Maar omdat de man het geld maar niet
terugbetaalde, kwam de jood het opeisen. De man beweerde echter dat
hij het hem allang had teruggegeven. Daarom sleepte de jood hem voor
de rechter, die de schuldenaar een eed afdwong. Deze had een uitgeholde
wandelstok bij zich, die hij met goudstukken had gevuld, en hij deed
alsof hij die stok nodig had bij het lopen. Dus toen hij zijn eed wilde
zweren, gaf hij de stok zolang aan de jood. Hij verzekerde hem dat hij
hem zelfs meer had teruggeven dan hij verschuldigd was geweest. Nadat
hij zijn eed had gezworen vroeg hij zijn stok terug. De jood doorzag
het bedrog niet en deed wat hem gevraagd was.
Maar op weg terug naar huis viel de
bedrieger op een tweesprong om van de slaap. Een wagen die daar met
grote snelheid voorbijkwam, reed hem dood, waarbij de stok vol goud
brak en de goudstukken eruit vielen.
Toen de jood dit hoorde, kwam hij snel
kijken en doorzag de list meteen. Velen raadden hem aan de goudstukken
mee te nemen. Maar dat weigerde hij beslist, tenzij de dode door de
hulp van de zalige Nicolaas weer tot leven zou worden gewekt. Hij verzekerde
dat hij zich, als dat gebeurde, zou laten dopen en christen zou worden.
Meteen werd de dode weer tot leven gewekt, waarna de jood in naam van
Christus werd gedoopt.
Keer
terug...