|
DE BEKERLEGENDE (Lieven
Dehandschutter)
De bekerlegende ontstond niet in Klein-Azie,
waar Sint Nicolaas leefde, maar in West-Europa. In zijn standaardwerk
" Nikolauskult und Nicolausbrauch im Abendlande" (1931) situeert
Karl Meisen de oorsprong meer bepaald in Noord Frankrijk.
De oudste geschreven versies zijn te vinden
in het zgn. Battle Abbey-handschrift ( 11de eeuw), dat thans in London
bewaard wordt, en in " La Vie de Saint-Nicolas " van de Normandische
schrijver Robert Wace ( 12de eeuw).
Een edelman smeekt Sint-Nicolaas om de
geboorte van een zoon. Hij belooft een bedevaart naar Myra te ondernemen
en een gouden beker op het Nicolaasaltaar te offeren indien zijn gebeden
verhoord worden.
En inderdaad, er wordt een zoon geboren.
Wanneer het kind wat groter werd, was de tijd gekomen voor de beloofde
pelgrimstocht naar Myra. De vader liet een beker vervaardigen bij een
goudsmid. Toen de vader de afgewerkte beker voor het eerst te zien kreeg,
was hij zo onder de indruk van diens pracht dat hij besloot hem voor zichzelf
te houden. Hij gaf de goudsmid de opdracht een kopie te maken, die dan
op het Nicolaasaltaar zou geplaatst worden.
Tijdens de zeereis naar Myra vraagt de
vader aan de zoon wat water te scheppen met de eerste beker. De zoon valt
daarbij echter met de kostbare beker in het water en verdrinkt. Zijn ouders
zijn zeer bedroefd maar besluiten toch hun reis verder te zetten en de
tweede beker te offeren.
In de Sint-Nicolaaskerk te Myra zet de
vader de beker op het altaar. Als door een onzichtbare hand bewogen, schuift
de beker evenwel weg en valt. Ook de tweede poging om de beker op het
altaar te plaatsen mislukt om dezelfde reden.
De verwondering is compleet wanneer daarna
de doodgewaande zoon in de kerk verschijnt, de originele beker in de hand.
Hij vertelt dat Sint-Nicolaas hem gered had toen hij in de golven verdwenen
was.
Uit dankbaarheid offert de vader de beide
bekers aan Sint-Nicolaas.
PARALLELLEN.
Charles W. Jones wijst in zijn studie
" Saint Nicolas of Myra, Bari and Manhattan " (1978) op de gelijkenissen
tussen de Basilios- en de bekerlegenden. De bekerlegende verklaart volgens
hem tevens het patronaat van Sint-Nicolaas over de wijndragers en -verkopers.
Jones ziet ook een parallel met de legende van de Egyptische soldaat Sint-Menas.
Eutrope, een burger van Alexandrie, laat
bij een goudsmid twee gouden schalen maken. Eén daarvan is voor
het altaar van Sint-Menas.
Tijdens de zeereis gebruikt Eutrope een
maaltijd die wordt opgediend op de schaal die voor Sint-Menas bestemd
is. De slaaf die de schaal nadien moet afwassen, laat ze ontglippen, zodat
ze in de zee terechtkomt. Uit vrees voor bestraffing springt ook de slaaf
in het water.
Wanneer Eutrope in de basiliek van Sint-Menas
aankomt, daagt daar ook de slaaf op met de schaal.
IN VLAANDEREN.
Het aantal afbeeldingen in Vlaanderen
van de bekerlegende is bijzonder schaars. Renaat Van der Linden somt er
in zijn " Iconografie van Sint-Niklaas in Vlaanderen " (1972)
drie op.
 |
De oudste afbeelding staat op de Romaanse doopvont
(12de eeuw) van de Sint-Laurentiuskerk te Zedelgem. De legende van
de drie maagden en de drie scholieren zijn er ook op afgebeeld.
Willy Peirsegaele, die de doopvont grondig bestudeerde; betwist
de stelling dat één zijde volledig aan de bekerlegende
gewijd is.
Een afbeelding uit de 14de eeuw vindt men in de
Gravenkapel van de O.L.Vrouwkerk te Kortrijk. |
In 1444 vervaardigde Arnold Dreyers een
gewelfsleutel met de bekerlegende voor een straalkapel in de Sint-Sulpitiuskerk
te Diest. De kapel was oorspronkelijk aan Sint-Nicolaas toegewijd, maar
sedert het midden van de 19de eeuw sta at er een altaar voor drie andere
heiligen ( Franciscus, Antonius en Clara).
In de kathedralen van Tours, Auxerre,
Chartres en Bourges ( Fr.) ziet men de legenden op glasramen.
|