
Keer
terug...
In deze paragraaf wordt een beschrijving
gegeven van Nicolaas' laatste handelingen en van zijn dood. Zijn heiligheid
wordt bevestigd door de stroom olie en water, die uit zijn gebeente
tevoorschijn bleef komen. Een korte blik op de overbrenging van het
gebeente van Myra naar Bari completeert het geheel.
Cum autem Dominus vellet
eum assumere, rogavit Dominum, ut angelos suos sibi mitteret, et inclinato
capite angelos ad se venire vidit et dicto psalmo: “In te Domine
speravi usque, in manus tuas etc.” tradidit spiritum anno Domini
CCC.XL.III, ubi caelestium melodia audita est. Qui dum sepultus fuisset
in tumba marmorea, a capite fons olei et a pedibus fons aquae profluxit
et usque hodie ex eius membris sacrum resudat oleum valens in salutem
multorum. Successit autem ei quidam vir bonus, qui tamen de sede sua
ab invidis est depulsus. Quo eiecto oleum fluere desiit, sed eo revocato
protinus emanavit. Post multum vero temporis Turci Miream urbem destruxerunt,
XLVII vero milites Barenses illuc profecti quatuor monachis sibi astantibus
tumbam sancti Nicolai apparuerunt ossaque eius in oleo natantia in urbem
Baream detulerunt, anno Domini millesimo octagesimo septimo.
Toen de Heer Nicolaas tot zich wilde
nemen, vroeg hij Hem of die hem zijn engelen wilde sturen. En toen hij
die zag aankomen, boog hij zijn hoofd en begon hij een psalm op te zeggen:
"Op U, Heer, heb ik mijn hoop gesteld (Psalm 30 (31),2),"
tot: "In uw handen (beveel ik mijn geest) (Psalm 30 (31),6),"
enzovoorts. Daarop blies hij zijn laatste adem uit. Dat gebeurde in
het jaar des Heren 343, en er was gezang uit de hemel bij te horen.
Hij werd begraven in een marmeren graftombe, en er begon olie te stromen
bij zijn hoofd, en water bij zijn voeten. Tot op de dag van vandaag
komt die heilige olie uit zijn ledematen te voorschijn en velen ervaren
de geneeskrachtige werking ervan aan den lijve.
Nicolaas opvolger was een voortreffelijk
man, maar werd desalniettemin door jaloerse rivalen van zijn zetel verdreven.
Toen dat gebeurde, hield de olie op met stromen, maar toen de bisschop
was teruggeroepen, begon de olie weer gewoon te stromen.
Lange tijd later verwoestten de Turken
de stad Myra. Daar kwamen toen zevenenveertig Barese soldaten heen.
Die openden onder het toeziend oog van vier monniken de tombe van de
heilige Nicolaas en brachten zijn gebeente, dat zwom in de olie, over
naar de stad Bari. Dat gebeurde in het jaar des Heren 1087.
Keer
terug...