Nicolaas stilt een storm

Nicolaas stilt een storm
De setting van het verhaal doet een beetje denken aan dat over de storm op het meer uit het evangelie (Mt 14,22-33), met dien verstande dat Nicolaas de wonderbaarlijke redding niet aan zichzelf toegeschreven wil hebben, maar aan de barmhartigheid van God en het geloof van de zeelieden. Nicolaas als medium tussen God en de mensen.

Quadam autem die dum quidam nautae periclitarentur, ita cum lacrimis oraverunt: “Nicolae, famule Dei, si vera sunt, quae de te audimus, nunc ea experiamur.” Mox quidam in eius similitudinem apparuit dicens: “Ecce assum. Vocastis enim me.” Et coepit eos in antennis et rudentibus aliisque iuvare navis armamentis, statimque cessavit tempestas. Cum autem ad eius ecclesiam venissent, quem numquam ante viderant, sine indice cognoverunt. Tunc Deo et sibi de liberatione gratias egerunt. Quod ille divinae misericordiae et eorum fidei, non suis meritis attribuere docuit.
 

Op zekere dag stortten een paar zeelieden, toen ze in gevaar ver­keerden, onder tranen de volgende smeekbede: “Nicolaas, knecht van God, als het waar is, wat wij over u horen, laat ons dat dan nu ervaren.” Meteen verscheen er iemand die op Nicolaas leek, en zei: “Kijk, hier ben ik dan! Jullie hebben me toch geroepen?” En hij begon hen te hel­pen met de zeilen, de touwen en het andere tuig. Meteen ging de storm liggen. Toen ze in zijn kerk gekomen waren, herkenden ze hem zonder enige aanwijzing, hoewel ze hem eerder nog nooit hadden gezien. Ze dankten God en Nicolaas voor hun redding. Maar hij legde hun uit dat ze die niet aan zíjn verdiensten te danken hadden, maar aan Gods ge­nade en hun eigen geloof.