Adeodatus

Adeodatus

Van het Adeodatus-verhaal levert Jacobus twee versies over, allebei even spectaculair. De naam Adeodatus betekent: door God gegeven. In de eerste versie treedt Nicolaas tweemaal op als schenker van kinderzegen: allereerst regelt hij bij God de geboorte van de jongen, die door zijn ouders eigenlijk niet eens meer werd verwacht. Vervolgens zorgt hij ervoor dat de ouders hem, als ze hem op een akelige manier zijn kwijtgeraakt,weer terugkrijgen. In beide versies treedt de wonderkracht van Nicolaas in werking als de jongen aan de heilige denkt. Het Adeodatus-verhaal doet sterk denken aan dat van de roof van de Trojaanse prins Ganymedes door Zeus, die zich daartoe had veranderd in een adelaar. Deze Ganymedes was bestemd om schenker te worden bij de godenmaaltijden. Ook dit verhaal kent verschillende versies.

Quidam vir dives meritis beati Nicolai filium habuit, quem Adeodatum vocavit. Hic sancto Dei capellam in domo sua construens omni anno festum eius solemniter celebravit. Erat autem locus ille situs iuxta terram Agarenorum. Adeodatus ergo quadam vice ab Agarenis capitur et in servitutem regis eorum deputatur. Sequenti anno dum festum sancti Nicolai pater eius devote celebraret, et puer scyphum pretiosum tenens regi assisteret, recolit suum captionem et parentum dolorem et gaudium, quod in domo sua ea die fiebat, coepitque altius suspirare. Quorum suspiriorum causam dum rex minis extorsisset, ait rex: “Quidquid tuus Nicolaus agat, tu hic nobiscum manebis.” Et subito facto vento vehementi totamque domum domum concutiente puer cum scypho rapitur et ante fores ecclesiae, ubi parentes agebant sollemnia, collocantur et magnum gaudium omnibus generatur. Alibi legitur tamen, quod praedictus iuvenis fuit de Normandia, qui ultra mare pergens a Soldano capitur et ab ipso saepe verberatur: qui dum in festo sancti Nicolai verberaretur et in carcere inclusus fieret et pro sua liberatione et pro laetitia, quam tunc habere consueverant parentes eius, subito obdormivit et evigilans in capella patris sui se invenit.

Een rijk man had dankzij de hulp van de zalige Nicolaas een zoon gekregen, die hij Adeodatus noemde. Deze man bouwde voor de heilige van God een kapel in zijn huis en hij vierde diens feest ieder jaar op plechtige wijze. Nu woonde hij vlakbij de grens met het land van de Agarenen. Op een gegeven moment werd Adeodatus door de Agarenen gevangengenomen om hem als slaaf voor hun koning te laten dienen. Het jaar daarop vierde de vader vol toewijding het feest van de heilige Nicolaas. Op hetzelfde moment stond de jongen met een kostbare beker naast de koning. Maar zijn gedachten dwaalden af naar zijn gevangenneming, naar het verdriet van zijn ouders en naar de vreugde die er bij hem thuis op die dag altijd heerste. Hierdoor schoot zijn gemoed vol. De koning wist hem zozeer onder druk te zetten dat Adeodatus hem vertelde waarom hij het te kwaad had. Daarop zei de koning: "Wat die Nicolaas van jou ook doet, jij blijft hier bij mij." Plotseling stak er een hevige wind op die het hele huis op zijn grondvesten deed trillen, en de jongen werd met beker en al meegevoerd en voor de poort van de kerk, waar zijn ouders de plechtigheid aan het vieren waren, neergezet. Iedereen ontstak in grote vreugde.

Een andere versie vertelt dat de jongen uit Normandië kwam, dat hij op zee door de sultan gevangen werd genomen, en dat hij er van deze vaak met de zweep van langs kreeg. Op een keer werd hij tijdens het feest van Sint Nicolaas weer geslagen en in een cel opgesloten. Terwijl hij lag te denken aan zijn vrijlating en aan de vreugde die zijn ouders normaal gesproken op deze dag hadden gekend, viel hij ineens in slaap. En toen hij wakker werd bevond hij zich in de kapel van zijn vader.