Door de duivel gedood, door Nicolaas gered

Een vader steekt zijn verering voor Sint Nicolaas niet onder stoelen of banken. Wanneer de duivel zijn zoon doodt, doet hij dan ook een dringend beroep op de heilige.

Vir quidam pro amore filii sui litteras addiscentis festum sancti Nicolai annuatim solemniter celebrabat. Quadam igitur vice pater pueri convivium praeparavit et multos clericos invitavit. Venit autem diabolus ad ianuam in habitu peregrini petens eleemosynam sibi dari. Iubet quantocius pater filio ut det eleemosynam peregrino. Properat puer, sed peregrinum non inveniens insequitur abeuntem. Cumque ad quoddam compitum pervenisset, apprehendens diabolus puerum, eum strangulavit. Quod audiens pater vehementer ingemuit, corpus tulit, in thalamo collocavit coepitque prae dolore clamare et dicere: "Fili dilectissime, quomodo est vobis? Sancte Nicolae haeccine est merces honoris, quem vobis tamdiu exhibui." Et cum haec et similia diceret, statim puer quasi de somno evigilans oculos aperuit et surrexit.’

Een man had de gewoonte om uit liefde voor zijn zoon die letteren studeerde, ieder jaar plechtig het feest van de heilige Nicolaas te vieren. Op een keer liet hij een feestmaal aanrichten en nodigde daarvoor vele geestelijken uit. De duivel kwam gekleed als een pelgrim aan de deur en vroeg om een aalmoes. De vader vroeg zijn zoon de pelgrim zo snel mogelijk een aalmoes te geven. De jongen haastte zich, maar omdat hij de pelgrim niet meer bij de deur zag staan, liep hij hem een stukje achterna. Toen hij bij een kruising was aangekomen, greep de duivel hem vast en wurgde hem. Toen dat de vader ter ore kwam, was hij diep bedroefd. Hij tilde het lichaam op, bracht het naar de slaapkamer en begon het van verdriet uit te schreeuwen: “Mijn allerliefste zoon, hoe kon dit toch gebeuren? Heilige Nicolaas, is dit nu de beloning voor de eer die ik u zo lang heb betoond?” En nog terwijl hij dit soort dingen zei, opende de jongen zijn ogen, alsof hij wakker werd uit de slaap, en hij stond op.