Naamsverklaring

Wat betekent de naam Nicolaas?

Jacobus begint zijn levensbeschrijving van de heilige Nicolaas met de opsomming van een aantal mogelijke en onmogelijke verklaringen van diens naam. De laatste twee daarvan zijn leuk gevonden, maar kloppen zeker niet. Na de naamsverklaring volgt een vage vermelding van enige bronnen.

Nicolaus dicitur a nicos, quod est victoria, et laos, quod est populus, id est: Nicolaus, quasi victoria populi, id est: vitiorum quae et popularia et vilia sunt; vel victoria proprie, quia multos populos vita et doctrina docuit vitia et peccata vincere. Vel Nicolaus dicitur a nicos, quod est victoria et laus, quasi victoriosa laus; vel a nitor et laus, quod est populus, quasi nitor populi. Habuit enim in se ea, quae nitorem et munditiam faciunt. Nam secundum Ambrosium mundat sermo divinus, mundat vero confessio, mundat sancta cogitatio, mundat bona operatio.

Eius legendam doctores Argolici conscripserunt. Est enim Argos secundum Ysidorum civitas Graeciae, unde Argolici Graeci vocantur. Alibi quoque legitur, quod Methodius patriarcha eam Graece conscripsit, quam Johannes diaconus in latinum transtulit et plura addidit.

De naam "Nicolaas" komt van nikos, overwinning, en laos, volk. "Nicolaas" kan dus worden vertaald als overwin­ning van het volk, dat wil zeggen: het overwinnen van de gewone fouten die nu eenmaal voorkomen onder het volk. Overwinning van het volk kan ook betekenen: overwinnen in die zin dat Nicolaas vele volken door zijn levenswijze en onderricht volken heeft geleerd hoe ze fouten en zon­den moesten over­winnen. Verder is het niet onmogelijk dat Nicolaas van nikos, overwin­ning, en laus, lof, komt, dus: lof na de over­winning. Of mis­schien ook wel van nitor, schitterende straling, en laos, volk. Dan zou zijn naam betekenen: de schitterende straling van het volk. Hij be­zat immers die eigenschappen die schitterende straling en zuiverheid be­werkstelligen. Vol­gens Ambrosius maakt luisteren naar het Woord van God immers zuiver, e­venals oprecht belijden, heilige gedachten koesteren en goede werken verrichten (vgl. Ambrosius van Milaan, De apologia David ad Theodosium Augustum, 8,45).

Nicolaas' leven is beschreven door geleerden uit Argos. Volgens Isi­dorus is Argos een stad in Grieken­land (vgl. Isidorus van Sevilla, Etymologiarum sive Originum, 15,1,48). Naar deze stad worden de Grieken ook wel Arg­oliërs genoemd. Elders staat te lezen dat ook de patri­arch Me­thodius een levensbeschrijving van Nicolaas heeft gemaakt, in het Grieks. Johannes Diaco­nus heeft daar vervolgens een Latijnse ver­taling van gemaakt en er het nodige aan toe­gevoegd.