Het kind in het kokende badwater

HET KIND IN HET KOKEND BADWATER (Lieven Dehandschutter)

In zijn werk " La vie de Saint Nicolas ( ong. 1140-1150) brengt de Anglo-Normandische dichter Robert Wace het patronaat van Sint-Nicolaas over de kinderen in verband met zes legenden:

1. Het kind in het kokend bad; 2. Het bezeten kind; 3. De drie scholieren; 4. De bekerlegende; 5. De ontvoerde knaap; 6. De duivel en het kind. Wace is de eerste die de badkuiplegende citeert.

In de Nederlandstalige Nicolaasliteratuur wordt nauwelijks aandacht besteed aan de badkuiplegende. Filip De Pillecyn brengt de legende in een sappige Vlaamse stijl in " Het boek van Sint-Niklaas" dat hij in de jaren '30 publiceerde:

VAN HET KIND IN DE WASCHKUIP

Niet alleen scholieren, jonge meisjes en aanwassende jongelingen is Sint-Niklaas de beschermer, maar ook van kleine kinderen die nog geen besef hebben van zijn bestaan.

Zoo was er eens een moeder bezig haar kind te wasschen met zacht warm waterken en fijn zeepschuim. En omdat het water niet te rap zou afkoelen had zij 't badkuipken op het vuur gezet. Zij waschte en plaste dus en 't kindeken begon te blinken dat het een plezier was, toen de moeder zwaar klokgelui hoorde.

Toen dacht ze eraan dat het juist vandaag de plechtige inhuldiging was van den nieuwen bisschop, Niklaas heette hij. En ze had daar toch reeds zooveel over hooren spreken over dien nieuwen bisschop, dat hij zoo vriendelijk was en zoo goed voor de armen en daar zij ook nieuwsgierig was en zij nog niet de inhuldiging van een bisschop had gezien liet zij liggen wat lag en staan wat stond en liep naar de kerk.

't Was schoon en aandoenlijk. En de tranen kwamen in de oogen van de vrouw die maar bleef staan kijken tot al het volk terug naar huis liep.

Toen zij op weg was naar huis schoot haar ineens te binnen dat haar kind in zijn badkuipken zat en dat dit heel de tijd op het vuur had gestaan. God! wat zette die vrouw het op een loopen; en zij smeet de deur open en neep dan haar ogen toe omdat ze bang was van wat ze zouden moeten zien hebben.

Maar het water was niet aan 't koken gegaan en 't kindeken was niet verbrand. Het zat daar te spelen en te plassen in 't lauw waterken en was zoo frisch als een bie

Dat had Sint-Niklaas gedaan.

De Pillecyn geeft de essentie van Wace's verhaal vrij nauwgezet weer. Er zijn ook een aantal varianten ontstaan. Zo b.v. zou de moeder de waardin geweest zijn bij wie Nicolaas in Myra logeerde. Sommige versies eindigen met het ter kerke gaan van de moeder, die het volk haar geredde kind toont en Nicolaas dankt. In een variant daarop sterft het kind in het bad, waarna de moeder het lijkje naar de kerk brengt, waas het door Nicolaas weer tot leven wordt gewekt. Nog een andere versie stelt dat het kind toevallig in het water belandde. Tot slot zijn er ook verhalen waarin het kind niet in het water maar in het vuur valt.

In de badkuiplegende fungeert Nicolaas niet enkel als redder van een, kind, maar ook als beschermer tegen het vuur. Op grond hiervan werd hij in Parijs patroonheilige van de brandweerlieden.

In haar boek " Saint-Nicolas - fêtes et traditions populaires d'hier en d'aujourd'hui ( 1978 ) " signaleert Colette Mechin een lied dat gezongen werd in La Haye, nabij Harsault ( Vogezen ), en in de streek van Sanry-sur-Nied ( Moselle) :

Ref. Jésus, aidez-moi
Douce Vierge Marie,
Saint Nicolas !
Dans la ville d'Orleans
Une nourrice, il y a ,
La nourrice, elle s'endort
Et son enfant brûla.
La nourrice, elle s'endort
Et son enfant brûla
Un soir, après souper
La nourrice, elle s'en va
Un soir... s'n va
Sur son chemin rencontre
Le bienheureux saint Nicolas.
 
Sur son chemin... Nicolas Où t'n vas-tu nourrice,
Où t'n vas-tu si tard ?
Où t'n vas-tu ... si tard ?
Je vais à la rivière
Laver ces menus draps
Je vais ... menus draps
Retourne-toi, nourrice
Car noyer tu t'n vas !
Retourne -toi... tu t'n vas
Tu l'as laissé en cendres
En chair tu le retrouveras
Tu l'as laissé ... le retrouveras
Tout en ouvrant sa porte
L'enfant lui souria.


In Frankrijk vindt men enkele voorstellingen van de badkuiplegende; NL. op glasramen in de kathedralen van Chartres en Auxerre en in de kerk van Saint-Julien - du - Sault, evenals op een gepolychromeerde altaar uit de 14de eeuw te Mesuil-sur-Oger ( Marne). In Vlaanderen is slechts één afbeelding bekend: een gewelfsleutel, vervaardigd door Arnold Dreyers in 1444, in de Sint-Sulpitiusikerk te Diest.

© Sint-Nicolaasgenootschap Vlaanderen, overgenomen uit de “Tijdingen van het Sint-Nicolaasgenootschap”.