f t g m
Copyright 2019 - Custom text here

Nicolaas' dood

Nicolaas' dood

In deze paragraaf wordt een beschrijving gegeven van Nicolaas' laatste handelingen en van zijn dood. Zijn heiligheid wordt bevestigd door de stroom olie en water, die uit zijn gebeente tevoorschijn bleef komen. Een korte blik op de overbrenging van het gebeente van Myra naar Bari completeert het geheel.

Cum autem Dominus vellet eum assumere, rogavit Dominum, ut angelos suos sibi mitteret, et inclinato capite angelos ad se venire vidit et dicto psalmo: “In te Domine speravi usque, in manus tuas etc.” tradidit spiritum anno Domini CCC.XL.III, ubi caelestium melodia audita est. Qui dum sepultus fuisset in tumba marmorea, a capite fons olei et a pedibus fons aquae profluxit et usque hodie ex eius membris sacrum resudat oleum valens in salutem multorum. Successit autem ei quidam vir bonus, qui tamen de sede sua ab invidis est depulsus. Quo eiecto oleum fluere desiit, sed eo revocato protinus emanavit. Post multum vero temporis Turci Miream urbem destruxerunt, XLVII vero milites Barenses illuc profecti quatuor monachis sibi astantibus tumbam sancti Nicolai apparuerunt ossaque eius in oleo natantia in urbem Baream detulerunt, anno Domini millesimo octagesimo septimo.

Toen de Heer Nicolaas tot zich wilde nemen, vroeg hij Hem of die hem zijn engelen wilde sturen. En toen hij die zag aankomen, boog hij zijn hoofd en begon hij een psalm op te zeggen: "Op U, Heer, heb ik mijn hoop gesteld (Psalm 30 (31),2)," tot: "In uw handen (beveel ik mijn geest) (Psalm 30 (31),6)," enzovoorts. Daarop blies hij zijn laatste adem uit. Dat gebeurde in het jaar des Heren 343, en er was gezang uit de hemel bij te horen. Hij werd begraven in een marmeren graftombe, en er begon olie te stromen bij zijn hoofd, en water bij zijn voeten. Tot op de dag van vandaag komt die heilige olie uit zijn ledematen te voorschijn en velen ervaren de geneeskrachtige werking ervan aan den lijve.

Nicolaas' opvolger was een voortreffelijk man, maar werd desalniettemin door jaloerse rivalen van zijn zetel verdreven. Toen dat gebeurde, hield de olie op met stromen, maar toen de bisschop was teruggeroepen, begon de olie weer gewoon te stromen.

Lange tijd later verwoestten de Turken de stad Myra. Daar kwamen toen zevenenveertig Barese soldaten heen. Die openden onder het toeziend oog van vier monniken de tombe van de heilige Nicolaas en brachten zijn gebeente, dat zwom in de olie, over naar de stad Bari. Dat gebeurde in het jaar des Heren 1087.