f t g m
Copyright 2019 - Custom text here

Het ontvoerde knaapje

HET ONTVOERDE KNAAPJE (Lieven Dehandschutter)

Dat Sint-Nicolaas de beschermheilige van de kinderen is, wordt meestal in verband gebracht met de legende van de drie knapen die uit een pekelvat weer tot leven werden gewekt Het is een " betrekkelijke jonge " legende als men weet dat ze pas in de 11de en 12de eeuw in Rijnland en Normandie ontstond, terwijl de Heilige Nicolaas in de 3de en 4de eeuw in Klein-Azie leefde.

Er zijn enkele oudere legenden waarin St. Nicolaas optreedt als de redder van kinderen. Zo b.v. deze over de baby die door zijn moeder in een kokend bad werd achtergelaten, maar het er toch heelhuids vanaf bracht. Ook is er de bekerlegende waarin een verdronken knaapje springlevend door zijn ouders wordt teruggevonden.

BASILIOS

De legende over de ontvoerde jongeling Basilios stamt uit de Griekse overlevering en dateert uit de 9de eeuw.

De legende speelt zich af in Myra, enkele jaren na Nicolaas'dood. De ganse stad bereidt zich de avond van 5 december voor op het Sint-Nicolaasfeest. Op dat ogenblik vallen Arabische piraten uit Kreta binnen. Zij plunderen de kerk en nemen ook Basilios, het zoontje van een boer, mee. Het mooie knaapje wordt ingeschakeld in de hofhouding van de emir van Kreta. De emir stelt hem zelfs aan als zijn persoonlijke wijnschenker.

In Myra weten de ouders van Basilios geen blijf met hun verdriet. Vooral de moeder heeft het moeilijk. Zij wil van de vreugde rond het Sint-Nicolaasfeest niets meer weten.

Het jaar nadien is het leed nog even erg. De vader wil met zijn vrouw deelnemen aan het Sint-Nicolaasfeest in de stad, maar zij weigert halsstarrig. Uiteindelijk kan zij ervan overtuigd worden het feest in huiselijke kring te vieren. Wanneer het echtpaar samen met enkele familieleden en vrienden aan tafel zitten en iemand over Basilios begint, hoort men op de binnenplaats de honden blaffen.

De vader gaat een kijkje nemen en kan zijn ogen niet geloven wanneer hij Basilios aantreft. De zoon draagt een Arabische tuniek en heeft een wijnbeker in de hand. Hij staart wezenloos voor zich uit zegt geen woord en slecht langzaam dringt het tot hem door dat hij weer thuis is.

Daarna kent de vreugde uiteraard geen grenzen. Basilios vertelt dat hij tijdens het wijnschenken door een onzichtbare kracht weggesleurd werd. Hij werd bang, maar gelukkig verscheen op dat ogenblik Sint Nicolaas, die hem moed insprak en weer thuis bracht.

Het nieuws over deze wonderbare redding verspreidde zich in Myra. Het stemde de bevolking vreugdevol en men richtte een dankgebed tot Sint Nicolaas.

ADEODATUS

In de " Vita S. Nicolai ", een Latijns werk van Johannes Diaconus uit de 9de eeuw, verloopt de legende van de ontvoerde zoon enigszins anders.

Het gaat over Cethron en Eufrosina, een kinderloos echtpaar. Cethron onderneemt een bedevaart naar Myra, waar hij Nicolaas'zegen wil afsmeken voor de geboorte van een zoon. Hij komt echter in Myra aan tijdens de begrafenis van bisschop Nicolaas. Toch was zijn reis niet vergeefs, want hij mag een relikwie meenemen.

Thuis bouwt Cethron op vraag van zijn vrouw een kerk, toegewijd aan de H.Nicolaas. En inderdaad, op 6 december wordt een zoon geboren, die de naam Adeodatus ( door God gegeven) krijgt.

Toen het knaapje 7 jaar wordt en men de voorbereidselen voor het Sint-Nicolaasfeest treft, vallen de Agareners het land binnen. Zij voeren heel wat burgers als slaven mee, ook Adeodatus. Hij wordt wijnschenker van koning Marmorinus.

Een jaar later is Adeodatus bezig de koning te bedienen. Hij kijkt echter sip, want zijn gedachten zijn bij zijn ouders, die thuis het Sint-Nicolaasfeest vieren. De koning merkt dit en vraagt uitleg. Daarop vertelt Adeodatus wat hem kwelt. De koning, die zeer tevredens over de knaap is, antwoordt dat niets of niemand hem van Adeodatus zal scheiden, ook Sint-Nicolaas niet. Dat was blijkbaar teveel gezegd, want onmiddellijk teistert een wervelwind het paleis. Adeodatus, nog met een beker wijn in de hand, wordt meegesleurd en belandt voor de Nicolaaskerk die zijn vader gebouwd had.

Nog een andere versie heeft het over de weduwe Constantia en haar 3 zonen.De jongste wordt geroofd op Sint-Nicolaas-avond. De heilige redt de knaap en neemt daarbij zelf de gestalte van een knaap aan.

In de "Legende Aurea" is de knaap een Noorman, die door een sultan op zee wordt gevangen genomen. Op 6 december smeekt hij in de kerker om verlossing. Hij slaapt in, maar wordt thuis wakker.

Door deze legende ( maar ook die van de 3 veldheren) werd Sint-Nicolaas ook de beschermer van de gevangenen. De laatste versie toont overigens treffende gelijkenissen met die over Cunon de Réchicourt.

© Sint-Nicolaasgenootschap Vlaanderen, overgenomen uit “Tijdingen van het Sint-Nicolaasgenootschap Vlaanderen”