|
HET ONTVOERDE KNAAPJE (Lieven
Dehandschutter)
Dat Sint-Nicolaas de beschermheilige van
de kinderen is, wordt meestal in verband gebracht met de legende van de
drie knapen die uit een pekelvat weer tot leven werden gewekt Het is een
" betrekkelijke jonge " legende als men weet dat ze pas in de
11de en 12de eeuw in Rijnland en Normandie ontstond, terwijl de Heilige
Nicolaas in de 3de en 4de eeuw in Klein-Azie leefde.
Er zijn enkele oudere legenden waarin
St. Nicolaas optreedt als de redder van kinderen. Zo b.v. deze over de
baby die door zijn moeder in een kokend bad werd achtergelaten, maar het
er toch heelhuids vanaf bracht. Ook is er de bekerlegende waarin een verdronken
knaapje springlevend door zijn ouders wordt teruggevonden.
BASILIOS
De legende over de ontvoerde jongeling
Basilios stamt uit de Griekse overlevering en dateert uit de 9de eeuw.
De legende speelt zich af in Myra, enkele
jaren na Nicolaas'dood. De ganse stad bereidt zich de avond van 5 december
voor op het Sint-Nicolaasfeest. Op dat ogenblik vallen Arabische piraten
uit Kreta binnen. Zij plunderen de kerk en nemen ook Basilios, het zoontje
van een boer, mee. Het mooie knaapje wordt ingeschakeld in de hofhouding
van de emir van Kreta. De emir stelt hem zelfs aan als zijn persoonlijke
wijnschenker.
In Myra weten de ouders van Basilios geen
blijf met hun verdriet. Vooral de moeder heeft het moeilijk. Zij wil van
de vreugde rond het Sint-Nicolaasfeest niets meer weten.
Het jaar nadien is het leed nog even erg.
De vader wil met zijn vrouw deelnemen aan het Sint-Nicolaasfeest in de
stad, maar zij weigert halsstarrig. Uiteindelijk kan zij ervan overtuigd
worden het feest in huiselijke kring te vieren. Wanneer het echtpaar samen
met enkele familieleden en vrienden aan tafel zitten en iemand over Basilios
begint, hoort men op de binnenplaats de honden blaffen.
De vader gaat een kijkje nemen en kan
zijn ogen niet geloven wanneer hij Basilios aantreft. De zoon draagt een
Arabische tuniek en heeft een wijnbeker in de hand. Hij staart wezenloos
voor zich uit zegt geen woord en slecht langzaam dringt het tot hem door
dat hij weer thuis is.
Daarna kent de vreugde uiteraard geen
grenzen. Basilios vertelt dat hij tijdens het wijnschenken door een onzichtbare
kracht weggesleurd werd. Hij werd bang, maar gelukkig verscheen op dat
ogenblik Sint Nicolaas, die hem moed insprak en weer thuis bracht.
Het nieuws over deze wonderbare redding
verspreidde zich in Myra. Het stemde de bevolking vreugdevol en men richtte
een dankgebed tot Sint Nicolaas.
ADEODATUS
In de " Vita S. Nicolai ", een
Latijns werk van Johannes Diaconus uit de 9de eeuw, verloopt de legende
van de ontvoerde zoon enigszins anders.
Het gaat over Cethron en Eufrosina, een
kinderloos echtpaar. Cethron onderneemt een bedevaart naar Myra, waar
hij Nicolaas'zegen wil afsmeken voor de geboorte van een zoon. Hij komt
echter in Myra aan tijdens de begrafenis van bisschop Nicolaas. Toch was
zijn reis niet vergeefs, want hij mag een relikwie meenemen.
Thuis bouwt Cethron op vraag van zijn
vrouw een kerk, toegewijd aan de H.Nicolaas. En inderdaad, op 6 december
wordt een zoon geboren, die de naam Adeodatus ( door God gegeven) krijgt.
Toen het knaapje 7 jaar wordt en men de
voorbereidselen voor het Sint-Nicolaasfeest treft, vallen de Agareners
het land binnen. Zij voeren heel wat burgers als slaven mee, ook Adeodatus.
Hij wordt wijnschenker van koning Marmorinus.
Een jaar later is Adeodatus bezig de koning
te bedienen. Hij kijkt echter sip, want zijn gedachten zijn bij zijn ouders,
die thuis het Sint-Nicolaasfeest vieren. De koning merkt dit en vraagt
uitleg. Daarop vertelt Adeodatus wat hem kwelt. De koning, die zeer tevredens
over de knaap is, antwoordt dat niets of niemand hem van Adeodatus zal
scheiden, ook Sint-Nicolaas niet. Dat was blijkbaar teveel gezegd, want
onmiddellijk teistert een wervelwind het paleis. Adeodatus, nog met een
beker wijn in de hand, wordt meegesleurd en belandt voor de Nicolaaskerk
die zijn vader gebouwd had.
Nog een andere versie heeft het over de
weduwe Constantia en haar 3 zonen.De jongste wordt geroofd op Sint-Nicolaas-avond.
De heilige redt de knaap en neemt daarbij zelf de gestalte van een knaap
aan.
In de "Legende Aurea" is de
knaap een Noorman, die door een sultan op zee wordt gevangen genomen.
Op 6 december smeekt hij in de kerker om verlossing. Hij slaapt in, maar
wordt thuis wakker.
Door deze legende ( maar ook die van de
3 veldheren) werd Sint-Nicolaas ook de beschermer van de gevangenen. De
laatste versie toont overigens treffende gelijkenissen met die over Cunon
de Réchicourt.
© Sint-Nicolaasgenootschap Vlaanderen,
overgenomen uit “Tijdingen van het Sint-Nicolaasgenootschap Vlaanderen”
|